WK Turnen 2026, Rotterdam | Kwalificaties

Sportfotografie is een kunst op zich, en er zijn maar weinig gelegenheden om die kunst zo goed te beoefenen als tijdens een groot sportevenement als het WK Turnen. Terwijl atleten uit de hele wereld samenkomen om de strijd met elkaar aan te gaan, doen de fotografen die hun acties vastleggen dat eveneens. Zoals bij veel grote sportwedstrijden waren ook hier veel fotografen (ca. 100) uit diverse landen aanwezig. Een stuk of 10 hiervan behoren tot grote internationale persbureaus als Reuters, Getty, Associated Press (AP), Agence France-Presse (AFP) en ons eigen landelijke persbureau ANP. De meeste van hen zijn freelancers. Maar ook was er lokale media en content makers te vinden.

Sportfotografie is natuurlijk zoveel meer dan het vastleggen van de acties in een fractie van een seconde. Tijdens dit WK Turnen in Rotterdam Ahoy werd dat voor mij opnieuw duidelijk. Turnen is een fascinerende sport om te fotograferen. De combinatie van explosieve kracht, elegantie, concentratie en soms bijna onmogelijke bewegingen maakt iedere oefening tot een fotografische uitdaging. Maar vooral ook de band tussen trainers, staf en de sporters is mooi om te zien. Net als het geweldig is om de fans op de tribune hun favoriete sporters te zien aanmoedigen.

Tijdens dit WK Turnen kreeg ik de gelegenheid om deze bijzondere sport van dichtbij vast te leggen. Een mooie kans om niet alleen de prestaties van de sporters te fotograferen, maar ook te experimenteren met beweging, compositie, timing en beeldverhalen. In dit artikel neem ik je mee in mijn ervaringen en deel ik een aantal praktische tips voor het fotograferen van turnwedstrijden.

Van voorbereiding tot aan het bewerken en publiceren van de beelden. Met meer dan 8.000 foto’s tijdens 2 evenementdagen, was het een hele uitdaging om een aantal favorieten te kiezen. ‘Kill-your-darlings’ heet dat ook wel. Maar dat is precies wat ik gedaan heb.

Ik wens jullie veel leesplezier en hoop ook een beetje inspiratie en kennis te mogen geven.

Wat komt er allemaal kijken bij de voorbereiding

Een goede sportfoto ontstaat niet pas op het moment dat je de ontspanknop indrukt. Vaak begint het echte werk al dagen voordat je met je camera in de arena bent. Voor mijn fotografie tijdens het WK Turnen in Rotterdam Ahoy betekende dat veel meer dan alleen mijn cameratas inpakken. Dit ging van het bestuderen van het wedstrijdprogramma en het kiezen van de juiste objectieven tot het regelen van mijn persaccreditatie. Waar bevindt zich het mediacentrum? Zijn er werkplekken beschikbaar? Hoe zit het met stroomvoorziening en Wifi? En waar kan ik mijn apparatuur veilig neerzetten of in een kluisje plaatsen? Is er eten en drinken of moet ik hier zelf voor zorgen. Gelukkig werd in het mediacentrum goed gezorgd voor drinken en fruit. Geen broodjes deze keer helaas.

Een goede voorbereiding geeft rust. En die rust zorgt ervoor dat je tijdens het evenement meer aandacht hebt voor wat er werkelijk toe doet: het herkennen en vastleggen van bijzondere momenten.

Persaccreditatie aanvragen

Bij een groot internationaal sportevenement is een persaccreditatie essentieel om toegang te krijgen tot de aangewezen fotografenposities. Deze accreditatie aanvraag heb ik 2 maanden vooraf moeten indienen bij de organisatie van World Gymnastics. Voor een dergelijke aanvraag moet je in het bezit zijn van een geldige perskaart (NSP of AIPS) én je moet een opdrachtgever hebben. Aan de hand daarvan wordt besloten of je een accreditatie überhaupt krijgt. Vaak ontvang je dit besluit pas 1 of 2 weken vooraf. 

De sport en het wedstrijdprogramma bestuderen

Bij turnen is het belangrijk om vooraf te weten welke onderdelen op het programma staan. Welke sporters deelnemen en hoe de verschillende rotaties van disciplines verlopen. Dat staat vaak in een speciale mediagids die je vooraf van de organisatie krijgt. Daarbij kijk ik niet alleen naar bekende turners. Maar ook naar de fotografische mogelijkheden van de verschillende toestellen. Waar verwacht ik spectaculaire actie? Welke oefeningen lenen zich voor closeups? En waar kan ik juist concentratie, kracht of emotie vastleggen.

Ook probeer ik te begrijpen hoe bepaalde oefeningen zijn opgebouwd. Een afsprong van de rekstok of een salto op de vloer duurt immers maar een fractie van een seconde. Hoe beter ik die beweging kan voorspellen, hoe groter de kans dat ik precies op het juiste moment fotografeer.

De juiste apparatuur selecteren

Voor Rotterdam koos ik voor twee Canon EOS R6-camera's en vier objectieven: de Canon 24-70mm f/2.8, 70-200mm f/2.8, 135mm f/2 en 300mm f/2.8. Die keuze was bewust. Vanuit de beschikbare fotografenposities wilde ik zowel overzichtsfoto's als beeldvullende actiebeelden kunnen maken. Met twee camerabody's kan ik snel wisselen tussen verschillende brandpuntsafstanden zonder voortdurend lenzen te moeten verwisselen. Dat scheelt tijd en voorkomt dat ik belangrijke momenten mis. Toch blijft het altijd een afweging. Neem je zoveel mogelijk apparatuur mee of beperk je je tot wat je waarschijnlijk het meest zult gebruiken? Achteraf bleek de 70-200mm f/2.8 mijn meest gebruikte lens. Een mooie bevestiging dat flexibiliteit bij turnfotografie bijzonder belangrijk is.

Camera's controleren en instellen

De avond voor vertrek maak ik mijn lenzen schoon en controleer ik mijn apparatuur zorgvuldig. Niet alleen of alles werkt. Ook of mijn camera's klaarstaan voor de omstandigheden die ik verwacht. Denk aan Servo AF, continu-opnamen, sluitertijd, lichtmeetmethode, witbalans en de juiste bestandsinstellingen. Ik controleer ook of beide camera's dezelfde datum en tijd aangeven. Dat is vooral handig wanneer ik achteraf de foto's van twee camera's chronologisch wil ordenen. Daarnaast maak ik een aantal testopnamen om te controleren of de autofocus en andere belangrijke functies naar behoren werken.

Geheugenkaarten, accu's en back-ups

Tijdens een turnwedstrijd maak je al snel duizenden foto's. Vooral wanneer je snelle opnamereeksen gebruikt. Daarom controleer ik vooraf of mijn geheugenkaarten voldoende capaciteit hebben en of ze goed functioneren. Ik formatteer ze in de camera, nadat ik zeker weet dat alle eerdere foto's veilig zijn opgeslagen. Ook laad ik alle accu's volledig op en neem ik reserveaccu's mee.

Minstens zo belangrijk is het nadenken over de back-up van mijn beelden. Waar sla ik mijn foto's na afloop op? Kan ik al tijdens het evenement een reservekopie maken? En hoe voorkom ik dat ik per ongeluk een kaart overschrijf waarop nog foto's staan? Een goede back-upstrategie hoort wat mij betreft net zo goed bij professioneel fotograferen als de keuze van een camera of objectief.

De reis naar Rotterdam plannen

Vanuit Zuid-Limburg naar Rotterdam reizen vraagt om een goede planning, zeker wanneer je 's morgens vroeg aanwezig moet zijn. Ik houd rekening met de reistijd, mogelijke files en wegwerkzaamheden. En de tijd die nodig is om vanaf de parkeerplaats bij de persingang te komen. Ook het parkeren regel ik bij voorkeur vooraf. Zeker omdat er deze keer geen speciale parkeerplaatsen voor media waren. Rotterdam Ahoy biedt gelukkig de mogelijkheid om een parkeerplaats met parkeergarantie te reserveren. Dat voorkomt dat ik op de wedstrijddag nog naar een vrije parkeerplaats moet zoeken. Een halfuur extra reistijd inplannen is geen overbodige luxe. Liever wat te vroeg aankomen en rustig mijn spullen voorbereiden dan gehaast aan een lange dag fotograferen beginnen.

Persoonlijke voorbereiding

Een lange dag sportfotografie vraagt ook lichamelijk de nodige inspanning. Je bent urenlang geconcentreerd, draagt behoorlijk wat apparatuur. En staat of zit soms langere tijd in dezelfde houding.

Daarom denk ik vooraf ook aan comfortabele kleding, goede schoenen, en voldoende eten en drinken. Bovendien probeer ik de avond ervoor op tijd te gaan slapen. Vermoeidheid heeft immers invloed op je concentratie en reactievermogen.

Een fotografisch plan maken

Naast alle praktische voorbereidingen denk ik ook na over wat ik fotografisch wil bereiken. Natuurlijk wil ik spectaculaire sportmomenten vastleggen. Maar ik wil niet thuiskomen met uitsluitend honderden foto's van turners die door de lucht vliegen. Ik wil variatie: actie, beweging, concentratie, emotie, details, coaches en de sfeer in de arena.

Daarnaast wilde ik tijdens het WK ook beelden maken voor mijn persoonlijke project Beyond the Split Second. Daarvoor moet je bewust ruimte maken om te experimenteren met langere sluitertijden en creatieve bewegingsonscherpte.

Een fotografisch plan helpt om gericht te werken, maar ik probeer altijd open te blijven staan voor onverwachte momenten.

De laatste controle voor vertrek

De avond voor vertrek leg ik alles klaar. Mijn camera's, objectieven, geheugenkaarten, accu's, accreditatie, parkeergegevens en overige accessoires. Ook controleer ik of mijn telefoon is opgeladen en of ik alle belangrijke informatie over het evenement gemakkelijk kan terugvinden. Dat lijkt misschien overdreven, maar niets is vervelender dan onderweg ontdekken dat je iets essentieels bent vergeten.

Tot slot: voorbereid zijn om spontaan te kunnen fotograferen

Een goede voorbereiding betekent niet dat je vooraf precies weet welke foto's je gaat maken. Integendeel. Juist doordat de praktische en technische zaken goed geregeld zijn, ontstaat er ruimte om spontaan te reageren op wat er voor je gebeurt. Dat is voor mij de belangrijkste reden om zoveel aandacht aan de voorbereiding te besteden.

Want uiteindelijk draait sportfotografie om momenten die zich niet laten herhalen. En wanneer zo'n moment zich aandient, wil ik niet bezig zijn met mijn apparatuur of instellingen.

Dan wil ik maar één ding: kijken, anticiperen en fotograferen.

De eerste dag in Ahoy – Een wereld achter de schermen

De wekker gaat vroeg. Heel vroeg zelfs. Terwijl het buiten nog donker is en de meeste mensen nog op één oor liggen, begint voor mij een bijzondere fotografiedag. Bestemming: Rotterdam Ahoy, waar het WK Turnen plaatsvindt.

05.00 uur – Op weg naar Rotterdam

Om vijf uur 's morgens vertrek ik vanuit Elsloo richting Rotterdam. De cameraspullen zijn de avond ervoor al zorgvuldig ingepakt, de accu's opgeladen en de geheugenkaarten gecontroleerd.

Tijdens de autorit gaan mijn gedachten regelmatig naar de dag die voor me ligt. Welke fotografische mogelijkheden zal ik krijgen? Hoe dicht kan ik bij de toestellen komen? En welke objectieven zullen uiteindelijk het meest geschikt blijken?

Je kunt vooraf nog zoveel voorbereiden, maar pas wanneer je daadwerkelijk op de locatie bent, ontdek je hoe de omstandigheden zijn. Dat maakt zo'n eerste dag altijd een beetje spannend, maar vooral ook interessant.

De accreditatie – Toegang tot een andere wereld

Eenmaal aangekomen bij Rotterdam Ahoy begint de dag met het ophalen van mijn persaccreditatie. Zo'n accreditatie lijkt misschien niet meer dan een eenvoudig toegangsbewijs, maar voor een sportfotograaf betekent het veel meer. Het geeft toegang tot de ruimtes en posities die nodig zijn om professioneel verslag te kunnen doen van een internationaal sportevenement. Niet alleen de turnhal maar ook de mixed-zone en trainingsruimten.

Na ontvangst van de mediapas, kan ik op zoek naar de mediaruimte (persruimte). Dat klinkt eenvoudig, maar Ahoy is een groot complex met verschillende hallen, gangen, ingangen en afgesloten gedeelten. En hoewel er overal bewegwijzering is, moet je toch altijd even ontdekken hoe alles met elkaar verbonden is.

De mediaruimte – Het werk achter de foto's

De mediaruimte vormt tijdens een groot sportevenement een belangrijke ontmoetingsplaats voor journalisten, fotografen en andere mediavertegenwoordigers. Hier kunnen fotografen hun beelden bekijken, selecteren, bewerken en eventueel direct doorsturen naar redacties of opdrachtgevers. Het is ook een plek waar je collega's ontmoet, ervaringen uitwisselt en praktische informatie krijgt over het verloop van de wedstrijden.

Voor mij is zo'n ruimte meer dan alleen een werkplek. Het is interessant om te zien hoe andere fotografen werken, welke apparatuur ze gebruiken en hoe zij zich voorbereiden op de wedstrijden.

Iedereen heeft uiteindelijk hetzelfde doel: bijzondere momenten vastleggen. Maar de manier waarop fotografen dat aanpakken, kan behoorlijk verschillen.

De fotografenbijeenkomst – Wat mag wel en wat niet?

Een belangrijk onderdeel van deze eerste ochtend is de bijeenkomst voor geaccrediteerde fotografen. Tijdens deze briefing worden de spelregels uitgelegd. Waar mogen we fotograferen? Welke zones zijn toegankelijk? Wanneer mogen we ons verplaatsen? En welke beperkingen gelden er tijdens de oefeningen? Zo'n briefing is bovendien een mooie gelegenheid om vragen te stellen en alvast een indruk te krijgen van de mogelijkheden en beperkingen.

De briefing werd gehouden door Venue Photographers Manager, Andrew McMenamin. Zijn taak was ervoor te zorgen dat geaccrediteerde fotografen hun werk goed, veilig en volgens de geldende regels konden uitvoeren. Mocht je een situatie tegenkomen die fotograferen extra bemoeilijkte dan kon die correct besproken worden. En werd altijd naar een oplossing gezocht.

Na deze uitleg ontving ik het herkenbare zwarte pershesje, waarmee we tijdens het evenement als fotograaf herkenbaar zijn. Het was trouwens verplicht om donkere kleding te dragen om zo de atleten niet te veel af te leiden. Ook mocht je geen tassen en geen statieven mee de zaal in nemen. Wel was een monopod toegestaan. Verder was het verboden om te filmen en moest je als fotograaf minimaal 2 meter afstand houden tot de atleten houden en ze niet aanspreken.

Er waren 4 disciplines bij de vrouwen. Sprong, brug met ongelijke leggers, evenwichtsbalk en vloer. Alleen als de atleten van discipline wisselden, mocht je als fotograaf je ook verplaatsen. Bij turnen zijn deze regels extra belangrijk. Sporters voeren soms bijzonder risicovolle oefeningen uit waarbij volledige concentratie noodzakelijk is. Een fotograaf die op het verkeerde moment beweegt of zich op een ongewenste plek bevindt, kan voor afleiding zorgen. Daarom zijn er duidelijke afspraken over de beschikbare posities en het gedrag van fotografen.

Zo waren rondom turnvloer speciale fotografe zones met in totaal 6 blauwe banken waar de fotografen moesten zitten. Je zat dus direct aan de vloer. Van hieruit kon je redelijk goed een bepaalde discipline fotograferen. Fotografen onderling waren ook altijd zo beleefd om plaats te maken voor een collega. Dat heb ik wel eens anders meegemaakt. 

Je weg vinden in Ahoy

Na de briefing begon voor mij misschien wel het belangrijkste onderdeel van de ochtend: de omgeving verkennen. Hoe kom ik vanuit de persruimte het snelst de vloer op? Waar liggen de verschillende turntoestellen? Hoe lopen de toegestane routes? Vanaf welk punt kan ik de oefeningen het beste fotograferen? Op televisie lijkt een turnarena vaak overzichtelijk. Maar wanneer je er zelf staat, merk je pas hoe dat een halve meter naar rechts of naar links een wereld van verschil kan zijn. Soms wordt je blikveld namelijk geblokkeerd door een TV-camera of een vrijwilliger van de organisatie.

De toestellen liggen verspreid over de wedstrijdvloer en iedere positie biedt weer andere fotografische mogelijkheden. Ook de achtergronden spelen een belangrijke rol. Een storend reclamebord, een felverlichte achtergrond of een ander toestel kan een foto minder aantrekkelijk maken. Of je wil juist een logo, of een ander toestel in de achtergrond meenemen in je beeld. Daarom probeer ik niet alleen naar de sporters te kijken, maar ook naar alles wat zich achter en rondom hen bevindt.

Een goede fotografische positie wordt niet alleen bepaald door de afstand tot de sporter, maar vooral door wat je vanuit die positie kunt laten zien.

Op zoek naar de beste fotografische plekken

Bij ieder toestel probeer ik vooraf na te denken over de beelden die ik wil maken. Bij de rekstok zoek ik naar een positie waarbij ik de spectaculaire vluchtelementen en afsprongen goed kan vastleggen. Bij de ringen wil ik juist de kracht en lichaamsspanning zichtbaar maken. De evenwichtsbalk biedt weer heel andere mogelijkheden. Hier kunnen een zijaanzicht, een mooie lichaamshouding en een rustige achtergrond samen een sterk beeld opleveren. Bij de sprong zijn timing en positie bijzonder belangrijk. De aanloop, afzet, vluchtfase en landing volgen elkaar in hoog tempo op. En bij de vloeroefeningen wil ik niet alleen spectaculaire sprongen fotograferen, maar ook de elegantie en expressie van de sporters.

Toch ontdek je al snel dat niet iedere ideale positie ook daadwerkelijk beschikbaar is. Soms zit je verder van de actie dan gehoopt. Soms kijk je net vanuit een minder gunstige hoek. En soms staat er iets in de achtergrond dat je liever niet in beeld had gehad. Dat hoort bij het fotograferen van grote sportevenementen. Het vraagt om flexibiliteit en creativiteit. Je moet leren werken met de mogelijkheden die je krijgt, in plaats van met de mogelijkheden die je graag zou willen hebben.

De eerste testfoto's – Van verwachtingen naar werkelijkheid

Wanneer ik eenmaal een geschikte positie heb gevonden, begint het technische gedeelte. Hoe is het licht? Welke ISO-waarde heb ik nodig om met een sluitertijd van bijvoorbeeld 1/2000 seconde te fotograferen? Hoe reageert de autofocus op de bewegingen van de turners? Ook ontdek ik welke brandpuntsafstanden vanuit de beschikbare posities het meest bruikbaar zijn.

Juist op zo'n eerste dag blijkt hoe waardevol het is om meerdere objectieven bij je te hebben.

Een 300mm f/2.8 kan ideaal lijken voor een toestel op grotere afstand, maar zodra een turner dichterbij komt of een grotere beweging maakt, kan de beeldhoek te beperkt zijn. Mijn 70-200mm f/2.8 biedt dan veel meer flexibiliteit. De eerste opnamen zijn daarom niet alleen bedoeld om mooie foto's te maken, maar ook om mijn werkwijze verder af te stemmen op de omstandigheden.

En dan begint het echte werk

Na het vroege vertrek, het ophalen van de accreditatie, de fotografenbriefing en het verkennen van de arena begint alles langzaam op zijn plaats te vallen. De onbekende omgeving wordt vertrouwder. Ik weet beter waar ik mag komen, welke posities interessant zijn en welke apparatuur ik het beste kan gebruiken. De aandacht verschuift van praktische zaken naar fotografie.

Vanaf dat moment draait het om observeren, anticiperen en reageren op wat zich voor mijn camera afspeelt. En misschien is dat wel het mooiste aan zo'n eerste dag.

Je begint in een onbekende omgeving, met allerlei vragen en verwachtingen. Maar gaandeweg ontdek je de mogelijkheden, leer je de bewegingen herkennen en ontstaat er ruimte om op je eigen manier naar de sport te kijken.

Want voordat je het beslissende moment kunt vastleggen, moet je eerst ontdekken waar je moet staan om het te kunnen zien.

Een turnster die hoog boven de rekstok zweeft. Of en turnster die op een balk van slechts tien centimeter breed haar evenwicht bewaart. De explosieve afzet bij de sprong of die ene fractie van een seconde waarin een sporter volledig loskomt van de zwaartekracht. Het zijn momenten die vaak zo snel voorbijgaan dat je ze met het blote oog nauwelijks kunt volgen. Maar juist daarin schuilt voor mij de aantrekkingskracht van sportfotografie

Turnfotografie begint met begrijpen wat je ziet

Wie voor het eerst een grote turnwedstrijd bezoekt, ontdekt al snel dat er ontzettend veel tegelijk gebeurt. Bij de mannen zijn er zes toestellen: vloer, voltige, ringen, sprong, brug met gelijke leggers en rekstok. De vrouwen komen uit op vier toestellen: sprong, brug met ongelijke leggers, evenwichtsbalk en vloer. Tijdens een wedstrijd kunnen op meerdere toestellen tegelijkertijd oefeningen plaatsvinden. Dat betekent dat je als fotograaf voortdurend keuzes moet maken.

Waar richt je je camera op? Welke sporter komt als volgende in actie? En op welk moment verwacht je de meest interessante beweging? Het is onmogelijk om alles vast te leggen. Daarom is voorbereiding belangrijk. Probeer vooraf inzicht te krijgen in het wedstrijdprogramma en de volgorde waarin de sporters aan de toestellen verschijnen. Nog belangrijker is het om te begrijpen hoe een oefening is opgebouwd.

Bij turnen volgen bewegingen elkaar vaak razendsnel op. Een salto, schroef of afsprong laat zich nauwelijks voorspellen wanneer je de sport niet kent. Toch ontstaat er na enige tijd een gevoel voor het ritme van een oefening. Je leert herkennen wanneer een turner zich voorbereidt op een spectaculaire beweging en wanneer het beslissende moment nadert.

Goede sportfotografie draait niet alleen om snel reageren, maar vooral om leren anticiperen.

De juiste positie maakt het verschil

Bij turnfotografie is je positie minstens zo belangrijk als de apparatuur die je gebruikt. Een spectaculaire beweging kan vanuit de ene hoek een geweldige foto opleveren, terwijl dezelfde beweging vanuit een andere positie nauwelijks interessant lijkt. Bij de evenwichtsbalk kan een zijaanzicht bijvoorbeeld de hoogte van een sprong benadrukken. Bij de sprong kan een frontale positie juist de kracht en snelheid van de aanloop zichtbaar maken. Ook bij de ringen, brug en rekstok bepaalt de kijkrichting voor een belangrijk deel hoe de beweging in beeld komt.

Tijdens grote internationale wedstrijden zijn de bewegingsmogelijkheden voor fotografen beperkt. Dat is begrijpelijk. Turners moeten zich volledig kunnen concentreren en mogen tijdens hun oefeningen niet worden afgeleid. Als fotograaf moet je rekening houden met de aangewezen persposities en de instructies van de organisatie. Ook onnodig bewegen tijdens oefeningen is niet wenselijk. Dat vraagt om een andere manier van werken. Je kunt niet voortdurend op zoek gaan naar een betere positie. Je moet vooral leren om vanuit de beschikbare positie het maximale uit je beelden te halen. En dat is eigenlijk een interessante fotografische uitdaging.

Mijn apparatuur tijdens het WK Turnen

Voor het WK Turnen had ik twee Canon EOS R6-camera's bij me, gecombineerd met vier objectieven:

  • Canon EF 300mm f/2.8L

  • Canon EF 135mm f/2L

  • Canon EF 24-70mm f/2.8L

  • Canon EF 70-200mm f/2.8L

Met deze combinatie kon ik inspelen op verschillende afstanden, bewegingen en composities.

De 70-200mm f/2.8 – mijn meest gebruikte objectief

De Canon 70-200mm f/2.8 bleek tijdens het WK mijn meest gebruikte objectief. En dat was eigenlijk niet verrassend. Het grote voordeel van deze zoomlens is de flexibiliteit. Bij turnen verandert de afstand tussen fotograaf en sporter voortdurend. Een turner kan zich tijdens een oefening over een groot deel van het toestel verplaatsen, terwijl je zelf op dezelfde plek blijft staan.

Met een vaste brandpuntsafstand ben je dan beperkt in je mogelijkheden. Met de 70-200mm kun je razendsnel schakelen tussen een wat ruimer beeld en een close-up. Bovendien biedt het maximale diafragma van f/2.8 voldoende lichtsterkte om ook in een sportarena met relatief korte sluitertijden te werken. De combinatie van flexibiliteit, lichtsterkte en snelle autofocus maakte deze lens voor mij bijzonder geschikt.

De 300mm f/2.8 – wanneer afstand een rol speelt

De 300mm f/2.8 is een indrukwekkend objectief voor sportfotografie. De grote lichtsterkte en het telebereik maken het mogelijk om sporters op grotere afstand toch beeldvullend te fotograferen. Zeker in combinatie met een 1.4x teleconverter. Hiermee heb je een lens van 420mm F4 tot je beschikking. Mooi om vanaf de tribune naar beneden te fotograferen. Je krijgt dan vanzelf een rustigere achtergrond. Vooral mooi bij vloeroefeningen met de blauwe kleur van de vloer.

Vooral wanneer je details wilt vastleggen, zoals de gezichtsuitdrukking van een turner tijdens een krachtsinspanning, kan een langere brandpuntsafstand veel toevoegen. Het nadeel is dat je minder flexibel bent. Wanneer een sporter plotseling dichterbij komt of een grotere beweging maakt dan verwacht, past deze mogelijk niet meer volledig in het kader. Daarom is het belangrijk om vooraf te bedenken welk soort foto je wilt maken.

De 135mm f/2 – lichtsterk, maar niet altijd snel genoeg

Ik had ook mijn Canon 135mm f/2 meegenomen. Optisch is dit een prachtig objectief. De grote lichtsterkte biedt mogelijkheden bij minder gunstige lichtomstandigheden en zorgt voor een mooie onscherpe achtergrond. Tijdens het WK merkte ik echter dat de autofocus van deze lens wat trager reageerde dan ik bij de snelle turnbewegingen prettig vond.

Vooral bij sporters die zich razendsnel verplaatsen of plotseling van richting veranderen, is een snelle en betrouwbare scherpstelling belangrijk. Daardoor bleek de 135mm voor mij minder geschikt voor de meest explosieve actiemomenten. Dat betekent overigens niet dat dit objectief ongeschikt is voor sportfotografie. Voor rustigere momenten, portretten en situaties waarin de beweging beter voorspelbaar is, blijft het een interessante lens.

Een lichtsterk objectief is niet automatisch het meest geschikte objectief voor iedere sport. Autofocussnelheid en flexibiliteit kunnen minstens zo belangrijk zijn.

De 24-70mm f/2.8 – voor het grotere verhaal

Niet iedere sportfoto hoeft een close-up van een sporter te zijn. Soms vertelt een overzichtsfoto juist veel meer. Met de 24-70mm f/2.8 kun je de omgeving betrekken bij het verhaal. Denk aan de indrukwekkende arena, de verschillende toestellen, de verlichting en de relatie tussen de sporters en hun omgeving. Een ruimer beeld kan bovendien laten zien hoe hoog een turner werkelijk door de lucht beweegt.

Wanneer je uitsluitend met lange teleobjectieven fotografeert, verlies je soms het gevoel voor schaal en ruimte. Juist de afwisseling tussen overzicht, actie en detail maakt een fotografische reportage interessant.

Camera-instellingen: snelheid en scherpte

Turnen behoort tot de sporten waarbij bewegingen bijzonder snel verlopen. Een turner die een dubbele salto uitvoert of zich met hoge snelheid rond de rekstok beweegt, vraagt om een zeer korte sluitertijd wanneer je de beweging volledig wilt bevriezen. Bij dergelijke acties is een sluitertijd van 1/1600 seconde vaak een goed uitgangspunt. Voor de snelste bewegingen kies ik liever 1/2000 seconde, afhankelijk van de omstandigheden. Dat vraagt natuurlijk om voldoende licht.

Diafragma

Bij indoor sportfotografie werk ik graag met lichtsterke objectieven. Een diafragma van f/2.8 biedt een mooie combinatie van lichtopbrengst en achtergrondonscherpte. Het helpt bovendien om de sporter visueel los te maken van de vaak drukke achtergrond. Een aandachtspunt is de beperkte scherptediepte. Vooral bij langere brandpuntsafstanden en korte opnameafstanden kan een kleine fout in de scherpstelling al zichtbaar zijn.

Sluitertijd

Om de beweging van de atleten goed te kunnen bevriezen had ik mijn sluitertijd ingesteld op 1/2000 sec. Beter een scherpe foto met ruis dan een onscherpe foto met minder ruis.

ISO

Bij indoor sportfotografie ontkom je meestal niet aan hogere ISO-waarden. Zelf kies ik liever voor een scherpe foto met wat extra beeldruis dan voor een foto waarop de belangrijkste beweging onbedoeld onscherp is geworden. Moderne camera's zoals de Canon EOS R6 bieden gelukkig goede mogelijkheden om met hogere ISO-waarden te fotograferen.

Omdat het licht in de arena bijna overal hetzelfde was heb ik mijn iso-waarde handmatig ingesteld op 6.400. Dit bij een diafragma van F2.8 en een sluitertijd van 1/2000 sec. Ook software voor ruisonderdrukking kan achteraf helpen om het beeld verder te optimaliseren.

Autofocus

Een goede autofocusinstelling is bij turnfotografie onmisbaar. Servo AF is een logische keuze voor bewegende sporters. Daarmee blijft de camera continu scherpstellen zolang de autofocus actief is. Afhankelijk van het toestel en de beweging kun je werken met onderwerpdetectie of een zelfgekozen autofocusgebied.

Bij sommige oefeningen is het gezicht van de sporter goed zichtbaar. Bij andere bewegingen draait de turner zo snel dat gezichtsherkenning nauwelijks mogelijk is. Daarom is het verstandig om verschillende autofocusinstellingen te testen en te ontdekken welke het beste aansluiten bij jouw manier van fotograferen. Ik werk meestal met één AF punt en de eromheen liggende AF punten.

De uitdaging van het licht in een sportarena

Het licht tijdens indoor sportwedstrijden is niet altijd eenvoudig. Hoewel grote arena's tegenwoordig vaak beschikken over professionele verlichting, kunnen er nog steeds verschillen ontstaan in lichtintensiteit, kleurtemperatuur en contrast. Vooral wanneer sporters zich verplaatsen tussen verschillend verlichte delen van de arena, kan de belichting veranderen. Daarom fotografeer ik bij voorkeur in RAW. Dat geeft achteraf meer mogelijkheden om de witbalans en belichting nauwkeurig te corrigeren.

Ook is het verstandig om tijdens de warming-up alvast enkele testopnamen te maken. Controleer niet alleen de belichting, maar kijk vooral of de sluitertijd voldoende is om de beweging vast te leggen zoals jij dat wilt. Let daarnaast op de invloed van elektronische sluiters en kunstlicht. Afhankelijk van de gebruikte verlichting kunnen banding of vervormingen ontstaan.

De juiste instellingen zijn dus niet alleen een kwestie van techniek, maar ook van observeren en uitproberen.

Het beslissende moment herkennen

Een van de grootste uitdagingen bij turnfotografie is het herkennen van het juiste moment. Wanneer een turner door de lucht draait, zijn er maar enkele fracties van een seconde waarin de lichaamshouding fotografisch echt interessant is. Een volledig gestrekt lichaam, een mooie symmetrie of juist een krachtige, compacte houding kan het verschil maken tussen een gewone actiefoto en een opvallend beeld. Daarom probeer ik niet alleen de beweging te volgen, maar ook vooruit te denken.

Waar bevindt de sporter zich over een halve seconde? Wanneer bereikt hij of zij het hoogste punt? En wanneer ontstaat de meest interessante lichaamshouding?

Natuurlijk kun je met een hoge opnamesnelheid veel beelden achter elkaar maken. Maar een snelle camera vervangt niet het vermogen om een moment te herkennen.

Timing blijft voor mij een van de belangrijkste vaardigheden van een sportfotograaf.

Sportfotografie is meer dan actie

Tijdens een groot sportevenement is het verleidelijk om je volledig te richten op spectaculaire sprongen en acrobatische bewegingen. Toch vind ik dat de mooiste sportverhalen vaak ook buiten de eigenlijke actie ontstaan. Denk aan de geconcentreerde blik vlak voor een oefening. Een coach die zijn sporter nog een laatste aanwijzing geeft. De opluchting na een geslaagde landing. Of juist de teleurstelling wanneer een oefening niet verloopt zoals gehoopt.

Ook de kleine details kunnen een verhaal vertellen. Handen die stevig om een toestel klemmen. Magnesiumpoeder dat door de lucht zweeft. Gespannen spieren, een diepe ademhaling of een blik richting het scorebord. Het zijn beelden die niet alleen laten zien wat een sporter doet, maar vooral wat hij of zij beleeft. Voor mij is dat een belangrijk onderdeel van sportfotografie.

Een goede sportreportage bestaat niet uitsluitend uit spectaculaire actiefoto's. Ze laat ook de menselijke kant van de sport zien. De spanning, de concentratie, het doorzettingsvermogen, de onderlinge relaties en natuurlijk de emoties.

Beyond the Split Second – verder kijken dan het bevroren moment

Naast mijn reguliere sportfotografie werk ik aan een persoonlijk project met de titel Beyond the Split Second. Daarin onderzoek ik hoe je beweging op een andere manier kunt vastleggen. Bij sportfotografie denken we vaak aan het volledig bevriezen van actie. Een korte sluitertijd zorgt ervoor dat zelfs de snelste beweging haarscherp wordt weergegeven. Maar beweging hoeft niet altijd scherp te zijn om krachtig over te komen.

Soms vertelt een langere sluitertijd juist meer over de snelheid, energie en dynamiek van een sport. Een turner die rond de rekstok draait, kan met een langere sluitertijd veranderen in een bijna abstracte vorm. Een vloeroefening kan door bewegingsonscherpte een gevoel van ritme en elegantie krijgen. Daarbij gaat het niet langer uitsluitend om het registreren van een prestatie, maar ook om het interpreteren van beweging.

Ik vind het interessant om te onderzoeken hoeveel informatie je uit een foto kunt weglaten zonder dat de essentie van de beweging verloren gaat.

Soms is een onscherp beeld daardoor expressiever dan een technisch perfect bevroren moment. Ben dus nooit bang om te experimenteren.

Niet iedere opname zal slagen. Sterker nog, bij langere sluitertijden zullen veel foto's technisch minder geslaagd zijn. Maar juist tussen die experimenten kunnen verrassende beelden ontstaan. En dat maakt fotografie voor mij zo interessant.

Vijf praktische tips voor wie turnen wil fotograferen

  1. Verdiep je vooraf in de sport. Leer de toestellen kennen en probeer te begrijpen hoe oefeningen zijn opgebouwd. Hoe beter je de beweging kunt voorspellen, hoe groter de kans op een sterk beeld.

  2. Kies bewust je positie en brandpuntsafstand. Niet ieder toestel vraagt om dezelfde benadering. Denk vooraf na of je een close-up, een volledig lichaam of een overzicht wilt fotograferen.

  3. Geef prioriteit aan een korte sluitertijd. Voor scherpe actiefoto's is 1/16000 seconde een bruikbaar vertrekpunt. Bij zeer snelle bewegingen kan een nog kortere sluitertijd nodig zijn.

  4. Kijk verder dan de actie. Fotografeer ook de voorbereiding, emoties, coaches, details en reacties na afloop. Daarmee ontstaat een veel completer verhaal.

  5. Durf te experimenteren. Wissel af tussen korte en langere sluitertijden, tussen tele en groothoek, en tussen scherpe actiebeelden en creatieve interpretaties van beweging.

Wat ik van het WK Turnen heb meegenomen

Het fotograferen van turnen vraagt om een combinatie van technische beheersing, sportkennis, concentratie en vooral geduld. Je kunt nog zulke goede camera's en objectieven gebruiken, maar uiteindelijk draait het om de keuzes die je als fotograaf maakt. Waar kijk je naar? Welk moment wil je vastleggen? En wat wil je met je foto vertellen?

Tijdens het WK Turnen in Rotterdam Ahoy werd voor mij opnieuw duidelijk hoe belangrijk flexibiliteit is. De Canon 70-200mm f/2.8 bleek in de praktijk mijn meest veelzijdige objectief, terwijl de andere lenzen ieder hun eigen mogelijkheden en beperkingen hadden. Maar de belangrijkste les zit voor mij niet in de apparatuur. Het gaat om leren kijken, beweging begrijpen en oog hebben voor de momenten die een sport bijzonder maken. Want uiteindelijk wil ik met mijn fotografie meer laten zien dan alleen de prestatie.

Ik wil ook de energie, de spanning, de schoonheid en de menselijke verhalen achter die prestatie zichtbaar maken.

De mooiste sportfoto is voor mij niet noodzakelijk de foto met de spectaculairste actie, maar de foto die je iets laat voelen.

 

Mijn filosofie

Er is niet één specifieke filosofie, maar jaren geleden heb ik voor mezelf een paar "richtlijnen" opgesteld in de wereld van de sportfotografie:

-          Bescheidenheid

-          Nooit stoppen met leren

-          Voorbereiding

Ik blijf constant zoeken naar nieuwe manieren om verslag te doen van een sport. Ik laat me inspireren door de gedrevenheid en ambitie van mijn collega-fotografen – we proberen allemaal de allerbeste foto’s te maken. Het is een voortdurende, positieve onderlinge competitie!

Tijd en creativiteit vinden om aan je eigen stijl te werken is niet altijd eenvoudig. Toch is dit een uitdaging die je moet aangaan; voor mij persoonlijk is het zelfs het ultieme doel. Ik heb enorm veel respect voor fotografen die puur aan hun beeldtaal herkenbaar zijn. Als de naam van de fotograaf niet onder de foto hoeft te staan om te weten wie hem heeft gemaakt … dan heb je het hoogst haalbare bereikt.

Maar het wordt steeds lastiger. Er zijn meer foto’s in de wereld dan ooit tevoren, en de professionele sportwereld is een van de meest gefotografeerde onderwerpen. Opgeven is voor mij geen optie. En zoals ik al zei: blijf altijd leren. Er bestaat geen vastomlijnd masterplan om naar een hoger niveau te komen.

Huub Keulers

Fine Art Photography has always been my way of slowing down and paying attention.

I am drawn to ordinary places, everyday people and fleeting moments that often go unnoticed. A glance, a gesture, a beam of light or the relationship between a person and the space around them can transform an ordinary scene into something meaningful.

My fine art work moves between street-, documentary-, portrait and sports photography. Although the subjects may differ, the intention is always the same: to create images that feel honest, timeless and quietly human.

I believe the strongest photographs are not always the loudest. They invite you to pause, to look a little longer and perhaps discover something you did not notice at first. Rather than directing the viewer, I prefer to leave room for interpretation. Every photograph tells a story, but never the entire story.

Movement also plays an important role in my work. Whether it is found in the rhythm of city life or in the intensity of sport, I am fascinated by the way movement can express emotion, energy and vulnerability within a single frame.

Inspired by photographers such as Robert Doisneau, David Turnley, Joel Meyerowitz, Matt Stuart, Marc Aspland and Bob Martin. I continually search for the balance between composition, timing, artistic and humanity. Their work reminds me that the extraordinary is often hidden within the ordinary.

Based in the Netherlands, I photograph wherever life unfolds—with curiosity, patience and respect for the people I meet along the way.

https://huubkeulers.art
Previous
Previous

WK Turnen 2026, Rotterdam | Individuele Finales

Next
Next

My conversation with Henri Cartier-Bresson